Historie Fiat
Een geschiedenis met flair |
|
|
|
|
![]() |
De historie van Fiat gaat meer dan honderd jaar terug. De statuten van de 'Società Anonima Fabbrica Italiana Automobili Torino' werden op 11 juli 1899 ondertekend in het Palazzo Bricherasio. Van de leden van de Raad van Bestuur deed met name Giovanni Agnelli van zich spreken door zijn vastberadenheid, intuïtie en vooruitziende blik. In 1902 werd hij dan ook tot directeur van de onderneming benoemd. |
![]() |
De eerste fabriek van de firma, die in 1900 aan de Corso Dante werd geopend, had 150 werknemers in dienst en bouwde 24 auto’s waaronder het type 3/12 HP, dat nog geen achteruitversnelling had. Het Fiat merkembleem, ovaal op een blauwe achtergrond en ontworpen door Biscaretti, werd vanaf 1904 toegepast. |
| Van meet af aan bewees Fiat veel flair bij het herkennen van de meest belovende markten. Al in 1908 werd in de VS dan ook de Fiat Automobile Co. opgericht. In deze periode breidde de onderneming zich steeds verder uit en zette ze telkens nieuwe bedrijven op met specifieke taken. De productie groeide en werd, naast auto’s, uitgebreid met lichte bedrijfswagens, scheepsmotoren, trucks en trams. | |
![]() |
Inmiddels ging Fiat verder met de expansie op nieuwe terreinen, waaronder de staal- en spoorweg-sector. Maar ook in de elektriciteitsvoorziening en het openbaar vervoer was de onderneming actief. Fiat Lubrificanti werd opgericht, evenals de eerste Italiaanse dochteronderneming in Rusland. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog schakelde de onderneming volledig over op de productie van defensiemateriaal voor het Italiaanse leger. De naoorlogse jaren werden gekenmerkt door ingrijpende veranderingen en crises. Maar aangespoord door een doordachte politiek van kostenreductie, volgde vanaf 1923 weer een opleving. Giovanni Agnelli werd tot Voorzitter van de Raad van Bestuur benoemd. Tal van nieuwe modellen werden gelanceerd, waaronder de 509, de eerste vierzitter van Fiat. |
| De Fiat directie besloot over te stappen op industriële serieproductie, aangezien dat de enige manier was om de enorme kosten van ontwikkeling en productie van auto’s terug te dringen. In een periode van sterk stijgende consumptie werd Sava opgezet, een instelling die consumptieve kredieten verstrekte en die het kopen van auto’s op afbetaling propageerde. Tevens werd IFI, het Industriële Financiële Instituut, opgericht. | |
![]() |
Hoe zeer Fiat geloofde in massaproductie werd opnieuw bewezen in 1937, toen gestart werd met de bouw van de nieuwe Fiat fabriek in Mirafiori, waarin de meest recente innovaties op het gebied van industriële organisatie werden geïntroduceerd. De Tweede Wereldoorlog bracht een drastische vermindering van de autoproductie met zich mee. Dit werd echter gecompenseerd door de sterke toename in de productie van lichte Fiat bedrijfswagens.
Senator Giovanni Agnelli overleed in 1945 en werd als Algemeen Directeur van Fiat opgevolgd door Vittorio Valletta. De wederopbouw van de fabrieken die tijdens de oorlog waren vernield, werd in 1948 voltooid, onder andere gesteund door de hulp die in het kader van het Marshall Plan werd geboden. Al snel werd weer een redelijke omzet gemaakt en ook het aantal medewerkers groeide gestaag. |
![]() |
Fiat investeerde veel energie in onderzoek en innovatie, hetgeen resulteerde in twee nieuwe modellen: de 500 en de 1400. Voor het eerst behoorde een verwarming- en ventilatiesysteem tot de standaard-uitrusting. Ook werd veel onderzoek gedaan in de scheeps- en vliegtuigmotorensector en begin jaren vijftig voltooide dan ook het eerste Italiaanse straalvliegtuig, de Fiat G80, zijn eerste vlucht. |
![]() |
In 1955 vierde de Fiat 600 zijn debuut, de 'grote' kleine compacte auto met de motor achterin. In 1957 volgde de Nuova ‘500, die vanaf 1960 ook in een stationcarversie, Giardiniera genaamd, leverbaar was. Dit waren ook de jaren van de Fiat 1800, gevolgd door de 1300 en 1500.
Na de Fiat 850, opnieuw een bijzonder populaire compacte auto, verscheen in 1971 de 127. Dit was de eerste Fiat met voorwielaandrijving. Het model werd een groot succes op de markt en werd tot 'Auto van het Jaar' gekozen. |
|
In 1966 werd de kleinzoon van oprichter Giovanni Agnelli Voorzitter van de Raad van Bestuur van Fiat. In deze periode werd steeds meer nadruk gelegd op verregaande automatisering van de productieprocessen, enerzijds ter compensatie van de effecten van de wereldoliecrisis en anderzijds als voortzetting van het bedrijfsbeleid van voortdurende technologische innovatie.
In 1979 werd de automobielsector naar een onafhankelijke firma overgeheveld, Fiat Auto S.p.A.genaamd, waarin Fiat, Lancia, Autobianchi, Abarth en Ferrari waren samengevoegd. In het begin werd een 50% aandeel in Ferrari verworven, dat later werd vergroot tot 87%. De prestigieuze sportieve automerken Alfa Romeo en Maserati werden in 1983 overgenomen. Fiat’s bijzonder gevarieerde activiteiten werden ondergebracht in onafhankelijke ondernemingen, waardoor naast Fiat Auto Fiat Ferroviaria, Fiat Avio, Fiat Trattori, Fiat Engineering, Comau, Teksid en Magneti Marelli ontstonden |
|
![]() |
1980 was het jaar van Fiat’s nieuwe compacte auto, de Panda die was ontworpen door Giugiaro. Dit model werd twee jaar later gevolgd door de auto die de vernieuwing bij Fiat Auto voltooide: de Fiat Uno. In 1989 verscheen opnieuw een bijzonder succesvol model: de Tipo, die tot 'Auto van het Jaar' werd gekozen vanwege zijn geavanceerde technische oplossingen.
De Fiat Tempra verscheen in 1990, in 1991 gevolgd door de Cinquecento en in 1993 door de Fiat Punto, die in 1995 'Auto van het Jaar' werd, en de Fiat Coupé met een carrosserie die was ontworpen door Pininfarina in samenwerking met het Fiat Style Center. Met de Ulysse, die in 1994 werd gepresenteerd, zette Fiat haar eerste stappen in de continu groeiende MPV sector. |
![]() |
In 1996 werd Giovanni Agnelli benoemd tot Erevoorzitter van de Raad van Bestuur van de Fiat Groep en nam Cesare Romiti zijn taak als Voorzitter over. In 1997 verhuisde de moedermaatschappij van de Corso Marconi naar haar nieuwe hoofdkwartier in het Fiat gebouw op het Lingotto complex, dat inmiddels was omgebouwd tot een Tentoonstellings- en Conferentiecentrum.
De Fiat Seicento, de ideale stadsauto, en de uitermate veelzijdige Multipla maakten hun debuut in 1998. Op de Automobielsalon van Parijs in 2000 presenteerde Fiat haar nieuwste model: de Fiat Doblò. Een jonge, onconventionele auto met een tweeledig karakter: personenauto enerzijds en bestelwagen anderzijds. In februari 2001 werd de Fiat Stilo gepresenteerd, die door nieuw design, een rijk uitrustingsniveau en geavanceerde technologie wordt gekenmerkt. |
![]() |
In de afgelopen jaren heeft Fiat zich in haar ondernemingsstrategie vooral gericht op de ontwikkeling van het bedrijf als technisch innovator, als een onderneming die krachtige, moderne en bereikbare oplossingen biedt, en een merk dat in staat is state-of-the-art technologie tegen aantrekkelijke prijzen te bieden. De nieuwe Panda is een verkoopsucces en de laatste modellen van de Punto Evo en Bravo voldoen niet alleen aan de Fiat-filosofie van 'value for money' maar doen het ook prima in de verkoopstatistieken en bovendien oogst hun vormgeving alom lof.
Het succes van de nieuwe Fiat 500 overtreft zelfs de stoutste verwachtingen. De introductie vormde het startschot voor een ongekend verkoopsucces. Met de introductie van het nieuwe, huidige rode logo wil Fiat de nieuw ingeslagen weg kracht bijzetten. |
|
| |
Evolutie van het Fiat logo
.png)





.png)
.png)
.png)
.png)
.png)
.png)

















